Over Magnetars magiesysteem heb ik lang nagedacht. Ik heb dan wel een natuurkundeachtergrond, maar mijn kennis van o.a. snaartheorie is beperkt tot wat populair-wetenschappelijke documentaires en boeken. Voor Magnetar heb ik dan ook flink wat literatuuronderzoek gedaan en regelmatig twee vrienden die toen bezig waren met hun promotieonderzoek in de theoretische natuurkunde lastiggevallen met vragen.
In eerdere versies van Magnetar was het magiesysteem vrij rudimentair: ik wist dat ik iets wilde met (een) extra uitgerolde dimensie(s) en energie die je op de een of andere manier van ‘verderop’ in die extra dimensies hierheen verplaatst. Wat betreft magie was dit prima te doen. Het idee is dat magiërs een groter aura hebben dan ‘gewone’ mensen en dan vooral dat hun aura zich uitstrekt in de extra dimensie(s). Via hun magiërsaura zijn zij in staat energie te ‘lenen’ van buiten de voor ons zichtbare wereld.
De oorspronkelijke theorie was vaag en toch plausibel genoeg om mensen er niet over te laten struikelen, maar voor de uiteindelijke versie wilde ik toch iets beters. Dus las ik nog meer boeken over snaartheorie, keek meer documentaires en surfte langer over het web. En uiteindelijk vond ik een theorie die paste bij wat ik ervan wilde:
Het ekpyrotische universum
De ekpyrotische theorie gaat ervan uit dat er naast de drie ruimtelijke dimensies die wij waar kunnen nemen er nog een vierde uitgerolde dimensie is. Daarin zweven een of meerdere driedimensionale branen. Een braan is een p-dimensionaal object, i.e. een 0-braan is een puntdeeltje, een 1-braan een lijn, een 2-braan een vlak, een 3-braan een volume etc. Ons universum zou zich dan in zo’n 3-braan bevinden.
Het idee achter de ekpyrotische theorie is dat ons universum ontstond door een botsing van twee van zulke branen. (‘Ekpyrotisch’ betekent dan ook iets als ‘geboren uit vuur’.) In tegenstelling tot de oerknaltheorie is er zodoende geen singulariteit (punt van oneindig klein volume en oneindige dichtheid) nodig aan het begin van het universum. De ekpyrotische theorie is een cyclisch model: er kunnen meerdere ‘oerknallen’ geweest zijn.
Wat het ekpyrotische universum zo interessant maakt, is de mogelijke aanwezigheid van andere branen. Mijn personage Kate speculeert dat magiërs en etherenergiemachines op de een of andere manier energie onttrekken aan zo’n ander braan (of aan de ruimte tussen twee branen). Hoe dat precies in zijn werk gaat, weet zij (en ook ik) niet precies. Aangezien gravitonen de enige krachtoverbrengende deeltjes zijn die zich tussen branen kunnen bewegen (ze zijn gesloten snaren en zitten dus niet zoals open snaren vast aan een braan), zou ik zeggen dat het iets met deze hypothetische deeltjes te maken moet hebben.
Volgens diezelfde logica zou het magiërsaura ook uit gesloten snaren moeten bestaan. Als je dit heel ver doorvoert, zou je eventueel kunnen stellen dat het eventuele tweede braan waaraan energie onttrokken wordt, het ‘hiernamaals’ is. Wellicht zou het bewustzijn of ziel (zoals besloten in iemands aura) dan uit gesloten snaren bestaan, die zowel aan een fysieke lichaam in ons braan gekoppeld kunnen zijn als aan een ‘etherisch lichaam’ in het andere braan. Na iemands dood wordt de verbinding met het fysieke lichaam dan verbroken en keert zijn/haar geest terug naar het andere braan. Binnen dit raamwerk zouden bijv. poltergeists zich, nadat de verbinding met hun fysieke lichaam verbroken wordt, hechten aan bijv. een voorwerp. Leander zou dan wellicht door de klap toen hij in het ‘zwarte gat’ sprong zowel de verbinding met zijn fysieke als zijn etherische lichaam kwijtgeraakt kunnen zijn en letterlijk ‘in het niets’ gezweefd hebben, in de vierdimensionale ruimte tussen de twee branen (‘Energy Space’ in Magnetar).
Laten we nu nog een stapje verder gaan en speculeren dat door energie te onttrekken aan het andere (‘etherische’) braan, de afstand tussen de twee branen kleiner wordt. Dit verklaart meteen waarom het bij langdurig gebruik van etherenergie steeds makkelijker wordt voor entiteiten van het andere braan om naar ons braan te komen. Deze gedachte heeft één buitengewoon verontrustende implicatie: als de twee branen elkaar raken, immers, treedt er een nieuwe ‘oerknal’ op. Etherenergie zou dus daadwerkelijk het universum kunnen vernietigen. Kleine maar: om de branen naar elkaar toe te trekken, zouden vast enorme hoeveelheden energie nodig zijn, veel meer dan betrokken is bij etherenergie. Wat dat betreft claim ik artistieke vrijheid.
Maar goed. Vooralsnog is de snaartheorie nog niet bewezen en recente (17 maart 2014) resultaten van metingen aan de polarisatie van kosmische achtergrondstraling (CMB) zouden de ekpyrotische theorie weleens onderuit kunnen halen. Hoe dan ook vond ik het erg leuk om te proberen een semi-plausibele natuurkundige verklaring te bedenken voor mijn magiesysteem.
Klik hier voor deel II: Etherenergie, magiërs en HSP’s!
Ontdek meer van Mara van Ness
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.
Pingback: Magnetars magiesysteem, deel II: etherenergie, magiërs en HSP’s – Mara van Ness
Pingback: Magnetars magiesysteem, deel III: auraresonantie en het metaconcert – Mara van Ness