Een post op Facebook of we links naar kortverhalen konden plaatsen zodat mensen in deze chaotische coronatijden iets te lezen hebben en vooral de daaropvolgende vraag of ik misschien iets van Titanium had liggen, zetten mij aan het denken over de volslagen verschillende manier waarop ik Magnetar (en zijn ongepubliceerde vervolg Singulariteit) aan de ene kant, en Titanium (en Magnetars ‘Bouquetvervolg’ Zwaartekracht) aan de andere kant geschreven heb.
Bij Magnetar en Singulariteit heb ik eerst letterlijk járen gespeeld met de personages, de setting en mogelijke verhaallijnen, voordat ik er uiteindelijk een lopend verhaal van maakte. Van deze twee verhalen heb ik dan ook ontzettend veel geknipte scènes en experimentele verhaallijnen die het uiteindelijke verhaal niet gehaald hebben, liggen.
Bij Titanium en Zwaartekracht had ik een harde deadline (bij Titanium omdat het deel van een serie is, en bij Zwaartekracht omdat ik het tijdens NaNoWriMo schreef) en die twee zijn dan ook heel anders geschreven. Bij deze twee begon ik pas met schrijven toen ik het hele verhaal in vrij veel detail uitgedacht had en een strakke hoofdstukindeling gemaakt had, en schreef vervolgens het verhaal in één keer van voor naar achter op. Van deze twee heb ik dan ook vrijwel geen geknipte scènes of uitprobeersels liggen.
Welke methode heeft mijn voorkeur? Lastig te zeggen. Ik ben zo’n type dat het liefst afgrijselijk gestructureerd werkt (denk wekelijkse ‘to do’-lijstjes voor m’n werk – ook wel nodig in het onderwijs! – en actieplannen voor zo ongeveer alle klusjes in en om het huis die continu bijgeschaafd worden om zo maximale efficiëntie te bereiken), dus wat dat betreft, past de ‘Titanium-methode’ het beste bij me.
Toch leek de ‘Titanium-methode’ bij Magnetar en Singulariteit niet te werken. In elk geval bij Singulariteit begon ik met een vastomlijnd plan en begon vol goede moed te schrijven, totdat ik keer op keer rond de 20.000 woorden volslagen vastliep omdat ik het plan niet goed meer vond en een ander plan bedacht. Er zijn echt zó veel versies van het begin van Singulariteit…
Dus waar zit het verschil hem in? De deadline? Ook bij Titanium dacht ik rond die 20.000 woorden: ‘Nee, dit is het niet…’ maar toen kón ik niet opnieuw beginnen. En achteraf ben ik toch erg tevreden met het eindresultaat. Misschien is het ‘toch vooral een doktersromannetje’ geworden, maar wel een léúk doktersromannetje. 😉 (Wat kan ik zeggen? Ik heb nou eenmaal een voorliefde voor SF én Bouquetromannetjes, haha.)
Of misschien is het verschil wel niet (het gebrek aan) een deadline, maar vooral de lengte. Magnetar en Singulariteit zijn respectievelijk ca. 115.000 en ca. 100.000 woorden, terwijl Titanium en Zwaartekracht respectievelijk ca. 40.000 en ca. 50.000 woorden zijn. Misschien werkt de ‘Titanium-methode’ wel alleen met kortere en dus overzichtelijkere verhalen.
We zullen het denk ik zien bij een eventueel volgend verhaal! Ik heb nog wel een stapel ideeën liggen, maar met een veel te drukke baan in het onderwijs en een bijna-peuter thuis lukt het niet goed om daar tijd voor te vinden/maken…
Ontdek meer van Mara van Ness
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.