Terugblik 2025

Het jaar is alweer bijna ten einde. Mooi moment om terug te blikken op het afgelopen jaar!

Op persoonlijk en professioneel vlak was de eerste helft van 2025 heftig. M’n zoontje sliep maandenlang zó slecht dat ik op een gegeven moment ook niet meer kon slapen wanneer hij wél sliep en zelfs wanneer hij ergens anders sliep. (Lang leve temazepam!) Daarnaast liep het op mijn werk niet lekker met een vervelend rooster en moeilijke klassen. Dit schooljaar gaat dat tot dusver allemaal gelukkig een stuk beter.

Mijn jaar in schrijven

Qua schrijven ging het lekker: ik rondde eindelijk het vervolg op Magnetar af op een manier waar ik blij mee was en kreeg te horen dat Quasis Uitgevers (die ook De zwijgende aarde uitgeeft) het tweeluik in 2026 uit wil geven! Inmiddels is de redactie van Magnetar afgerond en heb ik ook de laatste hoofdstukken herschreven. Het einde is nu nog epischer en ‘magiesmijteriger’. 😉

Het is (naar mijn totaal onbevooroordeelde mening) echt zo’n gaaf boek geworden! Ik zei laatst half-grappend tegen iemand dat ik het bijna jammer vond dat ik het zelf geschreven heb, omdat ik het zo leuk zou vinden om het zelf te lezen, haha. (Ik zou Max echt enorm shippen met bepaalde andere personages.) En hoewel schrijven vaak schrappen is, is de geredigeerde versie zo’n 4000 woorden langer dan de ongeredigeerde. Oeps!

Ik kan niet wachten tot ik de nieuwe versie straks in handen heb. Ik ben enorm benieuwd wat de lezers er straks van gaan vinden! (Ook al vind ik het ook enorm eng.)

Naast Magnetar en Singulariteit kreeg ik afgelopen zomer ook opeens zin om het prequel Supernovae (te midden van witte dwergen) onder handen te nemen. Dat is gegroeid van ca. 8.000 woorden naar ca. 18.000 woorden en inmiddels dus een novelle. Het oorspronkelijke kortverhaal deed in 2014 onder de titel Dubbelster mee aan Fantastels Verhalenwedstrijd.

Je krijgt de novelle straks als los boekje bij Magnetar. Wellicht is het ook al eerder te lezen, hoewel ik denk dat het leuker is om Supernovae (waarin je een aantal van de hoofdpersonen uit Magnetar leert kennen in hun jonge(re) jaren en meer leest over de ontwikkeling van ‘etherenergie’) ná Magnetar te lezen i.v.m. mogelijke spoilers.

Mijn jaar in boeken

Ik eindig het jaar net zoals ik het begon: met een soort leesdipje. In de eerste twee maanden van het jaar begon ik aan 6 boeken, waarvan ik er 3 niet uitlas. En ook nu staan er flink wat boeken op mijn ‘Currently Reading’-lijstje op Goodreads waarvan ik denk dat ik ze niet ga uitlezen.

Toch heb ik mijn (bescheiden) leesdoel van 24 ruimschoots overtroffen: ik zit inmiddels op 45 boeken.

Nederlandstalig

Qua Nederlandstalige fantasy was mijn topper absoluut Sterrenduister van Pam Hage. Ik keek enorm uit naar deze winnaar van de manuscriptenwedstrijd van Zilverspoor. De prachtige cover schiep hoge verwachtingen, die wat mij betreft volledig ingelost zijn. Ook De waarde van bloed van Kelly van der Laan (het afsluitende deel van de Paraiso-serie) en Levenskracht van Natascha van Limpt (vervolg op Godenbloed) vond ik heel tof. Verder las ik nog de novelle Wisselkind van Lysander Mazee en De helden van Sidian van Peter Schaap.

Ik heb dit jaar behoorlijk wat Nederlandstalige SF gelezen. Mijn favorieten waren denk ik de verhalenbundel Tussenruimte van Jasper Polane en Groenbaard van Joost Uitdehaag (deel 8 van De zwijgende aarde), gevolgd door Dans voor mij van Wendy Torenvliet. Ook Schijnsoldaat van Marleen Dolman (kreeg ik in een verrassingspakket van de Fantastische Unie) beviel goed, net als de Leegland-trilogie van Marjan Brouwers, waarvan ik deel 1 met de boekenclub las. Herhaling van Angelieke Uittenbogaard-Janssen las ik aan het begin van het jaar en was helaas niet mijn ding (DNF).

Ik las dit jaar zowaar ook een horrorboek: De hel van Portier van Mark van Dijk. Op HSFCon in Maastricht was ik panelleider bij het panel over De portalen van Indigo, de nieuwe horrorreeks van Quasis Uitgevers, waarvan dit het eerste deel is. Jasper Polane, Johan Klein Haneveld en Anthonie Holslag hebben me ervan weten te overtuigen dat horror misschien toch wél iets voor mij is.

Samen met mijn dochter las ik ook een stapel kinderboeken, waaronder de eerste vijf delen van Dolfje Weerwolfje van Paul van Loon, en De zolderkinderen en Zsa Zsa van Janneke Schotveld. Mijn dochter was ook erg enthousiast over Luguberg van Dianne Arentsen (met illustraties van Robin Rozendal).

En tot slot nog in de categorie ‘overig’: Het boek van Isolde van Jacqueline Zirkzee, een hervertelling van het verhaal van Tristan en Isolde.

Anderstalig

Ik las uiteraard ook weer flink wat Engelstalige SF en fantasy. The Mimicking of Known Successes en The Imposition of Unnecessary Obstacles van Malka Older (‘a cosy Holmesian murder mystery and sapphic romance, set on Jupiter) waren ontzettend leuk en heerlijk cosy.

Verder las ik eindelijk de klassieker The Left Hand of Darkness van Ursula K. Le Guin en Pandora’s Star van Peter F. Hamilton. Doel voor 2026 wordt om Judas Unchained, het vervolg op Pandora’s Star, (ook van 1100+ pagina’s …) te lezen. Alien Clay van Adrian Tchaikovsky wist me aanvankelijk minder te boeien dan veel van zijn andere boeken, maar toen ik er eenmaal in zat, vloog ik erdoorheen.

De onderste drie boeken zag ik langskomen in de Science Fiction & Fantasy Boekenclub op Facebook. Barbaarse ijsplaneet van Ruby Dixon was een soort IMHOTEP (Ik Moest Het Ooit Toch Eens Proberen). Heel grappig, maar desondanks was dit genre (alien smut) voor mij eens maar nooit weer, haha. The Last Gifts of the Universe van Riley August en Emergent Properties van Aimee Ogden wisten me niet echt te boeien. Misschien las ik die gewoon niet op het juiste moment.

Qua Engelstalige fantasy was het voor mij het jaar van de fantasy romance. Het is zo’n hype dat ik het toch een keer wilde proberen. The North Wind van Alexandria Warwick was totaal niet mijn ding (DNF). Daindreth’s Assassin van Elisabeth Wheatley (die van Book Goblin) vond ik leuker, maar niet leuk genoeg om na deel 2 verder te lezen. En toen kwam A Court of Thorns and Roses (ACOTAR) van Sarah J. Maas en was ik in één klap verslingerd. Of het goede boeken zijn, geen idee. Maar de personages drukten gewoon op alle juiste knopjes. Zelfs deel 5 vond ik best te pruimen, hoewel het me qua hoeveelheid en soort seksscènes flashbacks naar Barbaarse ijsplaneet bezorgde, haha. Alleen dan met woest aantrekkelijke, groot geschapen Illyriër met gevoelige vleugels in plaats van groot geschapen blauwe alien met gevoelige hoorns. 😂

Naast alle fantasy romance las ik ook een aantal ‘gewone’ fantasyboeken. Tooth and Claw van Jo Walton (een soort Pride and Prejudice, maar dan met draken) las ik voor de leesclub en vond ik heel gaaf. Vesuvius van Cass Biehn (‘a stunning queer YA fantasy debut set in ancient Pompeii‘) was minder tof dan ik gehoopt had. A Marriage of Undead Inconvenience van Stephanie Burgis was een leuk tussendoortje. All the Birds in the Sky van Charlie Jane Anders was een DNF. Ik kon alle onaangename personages die naar tegen elkaar deden na 40% niet meer aan. 😅

Tot slot nog in de categorie ‘overig’: twee van mijn ‘random’ aankopen, oftewel boeken die ik op basis van hun cover en/of flaptekst oppak in de boekhandel om ook af en toe wat anders dan SF/F te lezen. Zowel One Hundred Flowers van Genki Kawamura als The Warm Hands of Ghosts van Katherine Arden was een goede keuze. The Warm Hands of Ghosts (magisch realistische historische fictie met als setting de Eerste Wereldoorlog) was zelfs een van mijn toppers van dit jaar. Wat een prachtig boek. ❤️

Fijne jaarwisseling!


Ontdek meer van Mara van Ness

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie