De herziene editie van Magnetar is inmiddels klaar voor de opmaak, dus het moment van verschijnen komt nu toch echt naderbij! Ik heb ook al een eerste versie van de cover gezien. Hij wordt echt tof!
Dit leek me een mooi moment om eens te babbelen over de vraag waarom ik eigenlijk een herziene versie geschreven heb, want daar heb ik het in elk geval op Facebook nooit echt over gehad, zoals Deborah van Duin opmerkte op Quodari. (Daar ben ik nu ook te vinden. Klik hier voor mijn profiel!) In een volgende blog zal ik een tipje van de sluier oplichten wat betreft de veranderingen.
Het is ook een opvallend toepasselijk moment om het hierover te hebben: deze maand is het zes jaar geleden dat de hele achtbaan begon, en over iets meer dan een week hoop ik mijn vijfde ‘stamcelverjaardag’ te vieren, waarop het vijf jaar geleden is dat ik de stamcellen van een anonieme donor ontving die mijn leven gered hebben. (Wil je meer weten over stamceldonatie? Kijk dan op de website van Stichting Matchis!)
Dus: waarom?
Dat is een vrij lang verhaal, dat zoals gezegd ongeveer zes jaar geleden begon, en dat als iemand er een boek over zou schrijven waarschijnlijk als totaal onrealistisch en over the top dramatisch gezien zou worden. Binnen een paar weken kreeg ik namelijk slecht nieuws over de gezondheid van mijn moeder, mezelf én mijn toen nog ongeboren zoontje. Mijn zoontje en ik zijn er nog, ikzelf tegen alle verwachtingen in zelfs vrijwel zonder restverschijnselen. Mijn zoontje had minder geluk en is fysiek dan wel redelijk in orde (hoewel z’n hartje nog altijd niet stabiel is), maar heeft een grote ontwikkelingsachterstand door vermoedelijke hersenschade door zuurstofgebrek tijdens zijn eerste maanden en tijdens de hartoperaties.
In de eerste twee jaar na de diagnose was alles zo’n achtbaan dat m’n hoofd lang niet naar schrijven stond. Toen het op een gegeven moment wel weer begon te kriebelen, wilde ik iets vertrouwds schrijven, met personages die ik goed kende. Maar … omdat ik in de tussentijd mijn zoontje een naam met dezelfde afkorting had gegeven als een van de personages uit Magnetar wilde ik niet zonder meer verder met het vervolg, waar ik al jaren een versie van had liggen waar ik niet tevreden mee was. Het personage in kwestie is namelijk niet zo, eh, braaf, haha. Daarbij zag ik inmiddels bijna 10 jaar na het verschijnen van Magnetar een heleboel dingen die ik niet meer op dezelfde manier zou aanpakken. Stap 1 was daarom het vinden van een nieuwe naam voor het betreffende personage. Daarna begon ik aan het herschrijven van Magnetar.
Het was even zoeken naar een passende naam voor Lysander ‘Luuk’ Janssen. (De oud-Griekse uitspraak was ‘Lusandros’, vandaar ‘Luuk’.) Uiteindelijk werd het Maxander, afgekort uiteraard Max. En die naam past zowaar nog beter bij hem!
Een fragmentje uit Magnetar-prequel Supernovae (te midden van witte dwergen), dat meedeed aan de Valentijnsactie van FantasyRomance.nl:
‘Wat voor naam zou je voor hem kiezen als je hem niet naar je vader zou willen vernoemen?’Ik dacht na. Onder mijn hand was het vonkje dat ons zoontje was druk aan het bewegen. ‘Als hij straks net zo is als nu, dan denk ik dat het een heel vrolijk, energiek kind is. Een naam als Luuk of Max zou denk ik wel bij hem passen.’
‘Maxander?’ suggereerde Leander.
‘Is dat niet een beetje pretentieus? Het is echt typisch zo’n verzonnen naam.’
Leander haalde zijn schouders op en zei met een grijns: ‘Ach, we zouden hem toch altijd Max noemen.’
‘Dat is waar.’ Ik zweeg en richtte mijn aandacht op het vonkje in mijn buik. ‘Wat vind jij, jochie? Vind jij Maxander een mooie naam?’
Het vonkje begon zó druk te bewegen dat Leander en ik in de lach schoten.
Ter compensatie heeft Max nu wel een hartafwijking (die bleek een boel over hem te verklaren!), echter minder gecompliceerd dan die van mijn zoontje, en in zijn geval zonder ernstig hersenletsel door de operaties. Toen ik die hartafwijking erin schreef, leek het er overigens nog op dat mijn zoontje óók heel goed door de operaties heen was gekomen. Had hij maar net zoveel geluk gehad als Max …
Maar goed, met het herschrijven van Magnetar was ik er nog niet. Het was me tenslotte eigenlijk te doen om het vervolg, Singulariteit. Pas als ik zeker wist dat ik dát tot een goed einde kon brengen, wilde ik gaan kijken of het lukte om Magnetar opnieuw uitgegeven te krijgen. Want een herziene editie zonder dat er ook nog wat nieuws na kwam, leek me niet erg zinvol (en bovendien lastiger uitgegeven te krijgen).
Het was nogal een uitdaging om er een samenhangend geheel van te maken. Er gebeurt namelijk nogal veel ‘op de achtergrond’, buiten wat mijn personages zelf direct meemaken. Toen ik daar eenmaal een oplossing voor had gevonden, begonnen de puzzelstukjes op hun plek te vallen. Langzaam maar zeker, en met veel dank aan Anna Lopez Dekker die me de juiste kant op stuurde toen ik voor de zoveelste keer vastzat, werd het een geheel.
Waar in de eerste complete versie veel personages eigenlijk niet zoveel te doen hadden (behalve soms als love interest), heeft iedereen nu echt een duidelijke rol en doel. Zelf ben ik heel blij met hoe het nu geworden is, en vooral met hoe een aantal van de hoofdpersonen zich ontwikkelen, met name mijn ‘magische superheld met hartafwijking’ Max. Maar ook met wetenschapsjournaliste Niamh en promovendus en wetenschapsvlogger The Shirtless Scientist ben ik heel blij.
Jasper en Petra Polane van Quasis Uitgevers (waar ook mijn Titanium, deel 3 van De zwijgende aarde, is uitgegeven) hadden interesse in het tweeluik. En nu is de nieuwe Magnetar er dan bijna! Ik ben enorm benieuwd wat mensen er straks van vinden.
Volgend blogje meer over de aanpassingen. 🙂
Ontdek meer van Mara van Ness
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.